MKB nieuwsbrief 03/2019

MKB-Nieuwsbrief 03/2019

1. Zzp’er inhuren? Let op regels Wet DBA!

Meer dan de helft van de bedrijven die een zzp’er inhuren, leven de regels van de Wet DBA niet goed na. Dit blijkt uit onderzoek van de Belastingdienst. Let dus goed op als u een zzp’er inhuurt!

Massaal in de fout
Van de ruim 100 bezochte bedrijven blijkt ruim 56% in meer of mindere mate onjuist te handelen. Bij 12 bedrijven wordt een vervolgonderzoek ingesteld, omdat er kwaadwillendheid wordt vermoed.

Wet DBA
De fiscale positie van zzp’ers heeft al jaren de aandacht van de politiek. Momenteel is de Wet DBA van toepassing, waarin gewerkt wordt met zogeheten modelovereenkomsten die goedgekeurd kunnen worden door de Belastingdienst. De Wet DBA zou zekerheid geven over de vraag of er wel of niet sprake is van schijnzelfstandigheid. Maar in de praktijk blijkt die materie weerbarstig. Om die reden buigt de politiek zich momenteel over een opvolger van de Wet DBA.

Dienstbetrekking?
Fouten doen zich voor als er een zzp’er wordt ingehuurd, terwijl het in feite om een dienstbetrekking gaat. Wanneer is er sprake van een dienstbetrekking? Een dienstbetrekking kan aan de orde zijn als er een gezagsverhouding is, als de zzp’er het werk niet zelf kan indelen, als sprake is van een langdurige samenwerking of als er niet volgens een modelovereenkomst wordt gewerkt.

Let op!
Huurt u een zzp’er in en blijkt uit voorgaande feiten dat het mogelijk toch om een dienstbetrekking gaat? Dan kan de Belastingdienst corrigerend optreden en naheffingen opleggen. Zorg dus dat een opdracht aan een zzp’er niet de kenmerken van een dienstbetrekking heeft. Gebruik bij twijfel een modelovereenkomst en handel ook conform deze modelovereenkomst.

De Belastingdienst treft overigens alleen sancties als er sprake is van een dienstbetrekking én als de dienst u als kwaadwillend ziet. De bewijslast hiervoor ligt bij de Belastingdienst en is erg zwaar.

2. Voorlopige aanslag te hoog door dividenduitkering?

Als het goed is, heeft u in januari uw voorlopige aanslag inkomstenbelasting weer ontvangen. Controleer die aanslag altijd goed, zeker als er sprake is van dividend afkomstig uit aanmerkelijk belang. De fiscus houdt namelijk niet altijd rekening met ingehouden dividendbelasting.

Inkomen uit dividend
Als u dividend ontvangt uit een aanmerkelijk belang, betaalt u hierover 25% belasting in box 2. Als uw bv dividend uitkeert, moet hierop 15% dividendbelasting worden ingehouden. Deze door uw bv ingehouden dividendbelasting van 15% mag u weer in mindering brengen op de door u te betalen belasting.

Controle inkomen box 2
Bij het opleggen van de voorlopige aanslag baseert de fiscus uw inkomen uit aanmerkelijk belang in box 2 op uw gegevens van het voorgaande jaar of van het jaar daarvoor. Uw werkelijke box 2-inkomen kan hiervan afwijken.

Bovendien houdt de fiscus niet altijd rekening met de al ingehouden dividendbelasting. Bij een dividend van bijvoorbeeld € 1.000 komt het voor dat de fiscus rekent met € 250 (25%) te betalen belasting in box 2. Dit moet eigenlijk € 100 (10%) zijn, want de al ingehouden dividendbelasting door uw bv mag u hiermee verrekenen.

Zelf corrigeren
U kunt uw voorlopige aanslag voor 2019 zelf online corrigeren. Zo voorkomt u dat u in de loop van het jaar al te veel belasting betaalt. Wij kunnen dat uiteraard ook voor u verzorgen.

Afwijken
Naast de controle op dividenduitkeringen en hiermee al dan niet verrekende dividendbelasting, kan uw voorlopige aanslag ook op andere punten afwijken. Bijvoorbeeld bij aankoop van een eigen woning, na het oversluiten van uw hypotheek of bij wijziging van persoonlijke omstandigheden, zoals een echtscheiding.

3. Controleer berekening LIV en LKV

Werkgevers die voor hun werknemers over het jaar 2018 in aanmerking komen voor het lage inkomensvoordeel (LIV) en/of het loonkostenvoordeel (LKV), krijgen hiervan binnenkort een berekening in de bus. Controleer deze goed, zodat u het juiste bedrag aan tegemoetkoming ontvangt.

LIV
Het LIV is een tegemoetkoming voor de loonkosten van werknemers die tussen 100% en 125% van het minimumloon verdienen. De tegemoetkoming bedraagt maximaal € 2.000 per werknemer per jaar en is afhankelijk van het aantal verloonde uren. Deze dienen per jaar minstens 1.248 te bedragen, anders komt u niet voor de tegemoetkoming in aanmerking.

LKV
Het LKV is een tegemoetkoming voor werkgevers die een of meer oudere werknemers en/of werknemers met een arbeidsbeperking vanuit een uitkeringssituatie in dienst nemen of houden. Het LKV bedraagt maximaal € 6.000 per werknemer per jaar.

Het UWV haalt de benodigde gegevens uit uw ingediende loonaangiften over 2018 en uit de polisadministratie.

Het is daarom van belang na te gaan of alle werknemers die aan de voorwaarden voldoen, op de berekening staan vermeld. Ook is van belang of hun gegevens kloppen, zoals het aantal verloonde uren.

Let op!
Eventuele fouten kunt u nog tot 1 mei aanpassen via het indienen van een correctie.

Bezwaar
Correcties na deze datum worden niet meer verwerkt. U kunt dan alleen nog in bezwaar tegen de definitieve toekenning van het LIV en LKV, die u in augustus toegestuurd krijgt.

4. (4) Datalekken, wat leren we ervan?

20.881 datalekken zijn er in 2018 aan de Autoriteit Persoonsgegevens gemeld. Vooral vanuit de sectoren gezondheid en welzijn, financiële en zakelijke dienstverlening, IT-sector en openbaar bestuur. Wat kunnen we ervan leren?

De meest voorkomende type datalekken betroffen:
 Het versturen of afgeven van persoonsgegevens aan een verkeerde ontvanger. Dit kan bijvoorbeeld een e-mail zijn met persoonsgegevens die naar een verkeerde persoon wordt gestuurd.
 Het kwijtraken van papieren of de diefstal van een gegevensdrager, zoals een laptop of usb-stick.
 Verlies van gegevens door hacking, phishing (nepmails met een virus) of malware (software die wordt gebruikt om computersystemen te verstoren).

Gegevens datalek
De soorten persoonsgegevens die het meest vrijkomen bij een datalek zijn NAW-gegevens (naam, adres, woonplaats), BSN- en medische gegevens.

Wat kunt u doen?
Belangrijke zaken die u binnen uw organisatie op moet pakken, zijn:
 Blijf aandacht geven aan het vergroten van het bewustzijn bij uw medewerkers met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens en de risico’s die gepaard gaan met de verwerking ervan.
 Mocht het dan een keer fout gaan, zorg dan dat medewerkers het beveiligingsincident/datalek ook daadwerkelijk melden bij de intern verantwoordelijke hiervoor. Wat u moet voorkomen, is dat u aangeschreven wordt door de AP over een datalek binnen uw organisatie waar u zelf geen weet van hebt.
 Zorg dat er een interne procedure is voor het omgaan met datalekken, zodat u precies weet wat u moet doen bij een datalek. Er loopt bijvoorbeeld een maximale aanmeldtermijn van 72 uur.
 Registreer alle beveiligingsincidenten en (mogelijke) datalekken, analyseer deze periodiek en beoordeel wat u op basis hiervan kunt verbeteren binnen uw bedrijf.

Wat schrijft de AVG voor?
De AVG schrijft voor dat uw organisatie bepaalde inbreuken in verband met de verwerking van persoonsgegevens, datalekken dus, moet melden bij de AP. In sommige situaties dient u ook de betrokkenen (bijvoorbeeld de klanten of werknemers) te informeren.

Wat is een datalek?
Een datalek wordt omschreven als een inbreuk op de beveiliging die per ongeluk of op onrechtmatige wijze leidt tot de vernietiging, het verlies, de wijziging of de ongeoorloofde verstrekking van of de ongeoorloofde toegang tot doorgezonden, opgeslagen of anderszins verwerkte persoonsgegevens.

Wat moet u doen bij een datalek?
Enkele verplichtingen nog even op een rij:
 Indien een datalek heeft plaatsgevonden, moet u deze uiterlijk 72 uur nadat u er kennis van heeft genomen, melden bij de AP. Hiervoor moet u het digitale meldingsformulier op de website van de AP gebruiken.
 Een datalek hoeft niet gemeld te worden als, zoals de AVG bepaalt, het niet waarschijnlijk is dat de inbreuk in verband met persoonsgegevens een risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen. In andere bewoordingen houdt dit in dat het datalek geen betrekking heeft op persoonsgegevens van gevoelige aard en/of het datalek niet leidt tot ernstige nadelige gevolgen voor de bescherming van de verwerkte persoonsgegevens.
 Wanneer een inbreuk waarschijnlijk een hoog risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen, dient u de betrokkene(n) onverwijld te informeren. Dit hoeft niet als u de persoonsgegevens onbegrijpelijk heeft gemaakt, zoals door versleuteling van gegevens.
 Een (sub)verwerker, zoals een leverancier of serviceprovider, moet u, omdat u verantwoordelijke bent, onverwijld informeren zodra hij kennis heeft genomen van een datalek, zodat u nog de gelegenheid heeft tijdig de AP te informeren.
 U dient alle datalekken – met inbegrip van de feiten over de inbreuk in verband met persoonsgegevens, de gevolgen daarvan en de genomen maatregelen – te documenteren. Dit betreft zowel datalekken die u niet heeft gemeld aan de AP als datalekken die u wel heeft gemeld. Het vastleggen kan bijvoorbeeld in een incidentenregister.

NIEUWSARTIKELEN

1. Akkoord spoedreparatie fiscale eenheid

De spoedreparatiewet inzake de fiscale eenheid is door de Tweede Kamer aangenomen. Deze spoedreparatie was nodig omdat de Europese rechter de bestaande wetgeving inzake de fiscale eenheid op sommige punten discriminerend vond voor ondernemingen in Nederland met dochtervennootschappen in andere landen van de EU. Deze rechtsongelijkheid wordt door de spoedreparatiewet opgeheven.

Besloten is om het voorstel met terugwerkende kracht in te laten gaan op 1 januari 2018. Het grote voordeel hiervan is dat ondernemingen hun aangifte vennootschapsbelasting over 2017 niet hoeven te splitsen in een deel waarvoor de oude regeling geldt en een deel waarvoor de nieuwe regeling geldt. Dat scheelt hen flinke administratieve lasten. Let op: de plannen moeten nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd. Dit gebeurt naar verwachting eind maart van dit jaar.

2. Vof vereist redelijke gelijkwaardigheid partners

Een vof biedt een aantal interessante fiscale voordelen. Maar dan moet de vof wel fiscaal worden geaccepteerd en mag er geen sprake zijn van een schijnconstructie. In een vof is in beginsel ieder der vennoten ondernemer. Iedere vennoot krijgt dus zelf een aantal ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek.

De vof mag geen schijnconstructie zijn die alleen maar ten doel heeft deze fiscale voordelen binnen te halen. In dat geval kan de fiscus deze voordelen ontzeggen, zoals onlangs gebeurde bij een koeriersbedrijf. Genoemde vof bestond uit 16 vennoten. Uit de feiten bleek dat een van hen de baas was, waardoor er geen sprake was van gelijkwaardigheid. Er hoeft voor het bestaan van een vof geen volstrekte gelijkwaardigheid tussen de vennoten te bestaan, maar wel een zekere mate. De rechter oordeelde dat er sprake was van een dienstbetrekking. De navorderingsaanslagen bleven dan ook in stand.

3. Recht op zelfstandigenaftrek bij weinig omzet?

De Belastingdienst heeft ondernemers met een omzet van minder dan € 5.000 een brief gestuurd inzake de zelfstandigenaftrek. In deze brief waarschuwt de dienst ervoor dat een dergelijke kleine omzet kan betekenen dat de ondernemer niet langer voldoet aan de voorwaarden van de zelfstandigenaftrek. Wat zijn die voorwaarden? De belangrijkste is dat u als ondernemer minstens 1.225 uur in het betreffende jaar in uw onderneming werkt. Ook moet u minstens de helft van het totaal aantal arbeidsuren in uw bedrijf gewerkt hebben. Deze laatste voorwaarde geldt overigens niet voor starters.

Om in aanmerking te komen voor de aftrek, moet u uw urenregistratie goed bijhouden. Het gaat dan om de uren die u voor uw opdrachtgevers heeft gewerkt en niet-rendabele uren, zoals voor marketingactiviteiten en netwerkbijeenkomsten. Uren waarin u alleen beschikbaar bent voor werk, maar geen werkzaamheden verricht, tellen echter niet mee.

4. Vier jaar oude auto is ‘nieuw’ voor bpm

Bij invoer van een personenauto is bpm verschuldigd. Daarbij is het van belang of de auto nieuw is of gebruikt. Of een auto nieuw is, hangt niet altijd af van het eerste moment van toelating. Soms kan zelfs een vier jaar oude auto als nieuw worden bestempeld, zo besliste gerechtshof Amsterdam eerder. Het ging hier om een auto die al vier jaar oud was, maar pas 195 km op de teller had staan. Volgens het hof was van belang dat de auto nauwelijks gebruikt was. Het feit dat er een periode van vier jaar was gelegen tussen het moment van eerste toelating in het buitenland en de registratie in Nederland, deed daar niet aan af. Het relevante criterium is namelijk de registratie en tenaamstelling in Nederland.

5. Schenkvrijstelling, ook als kosten al betaald zijn

De schenkbelasting kent een vrijstelling voor schenkingen ten behoeve van de eigen woning. Deze bedraagt in 2019 € 102.010. De schenkvrijstelling is van toepassing bij het schenken van een eigen woning of bij het schenken van geld waarmee een woning gekocht wordt. Het geld mag ook gebruikt worden om een eigen woning te verbouwen of onder voorwaarden om een hypothecaire lening mee af te lossen. Onlangs kwam een zaak voor de rechter waarbij het de vraag was of een schenking alleen belastingvrij is als de kosten na ontvangst van de schenking gemaakt worden. De rechter besliste dat dit niet het geval is. De ontvanger van de schenking had in het jaar van schenking de kosten van een verbouwing voorafgaand aan de schenking eerst zelf betaald. Volgens de inspecteur was dit niet toegestaan, maar de rechter vond van wel.

6. Geen btw bij gratis goed of voucher tot € 15

Als een ondernemer gratis producten of waardebonnen (vouchers) verstrekt waarvoor een product kan worden verkregen, is alleen btw verschuldigd als het goed een waarde van meer dan € 15 (ex btw) heeft. Dit heeft staatssecretaris Snel geantwoord op Kamervragen. De vragen werden gesteld naar aanleiding van de wijzigingen in de btw inzake waardebonnen en vouchers. De wijzigingen waren nodig vanwege Europese regelgeving. Bij gratis producten of eenmalig te gebruiken vouchers is er wat betreft de btw geen verschil. Bij het verstrekken ervan is btw verschuldigd over de waarde, tenzij deze waarde niet meer dan € 15 is. Bij een hoger bedrag moet over het hele bedrag btw worden afgedragen, ondanks het feit dat er geen prijs wordt betaald door de consument.

Auteur: SRA – Publicatiedatum: 13-03-2019