Maakt u gebruik van een modelovereenkomst, dan heeft u, na afloop van de overgangsperiode, alleen vrijwaring als ook daadwerkelijk volgens die overeenkomst wordt gewerkt. Wordt in de praktijk afwijkend gewerkt, dan vervalt de vrijwaring en kan de Belastingdienst straks alsnog op dat moment beoordelen of wel of niet sprake is van een dienstbetrekking. Zorg daarom dat de modelovereenkomst waarmee u werkt in overeenstemming is met uw individuele omstandigheden en werkwijze.

Let op!

De Staatssecretaris heeft aangegeven dat alleen bij evident kwaadwillende of evidente afwijkingen een boete zal worden opgelegd en zal worden nageheven. In alle overige situaties krijgen partijen zonder boete of naheffing de mogelijkheid om hun werkwijze aan te passen of hun overeenkomst zo te wijzigen dat die wel overeenkomst met de manier van werken.

U heeft tot 1 januari 2018 de tijd om uw werkwijze aan te passen en uw modelovereenkomsten voor te leggen aan de Belastingdienst. Tot die tijd zal de Belastingdienst alleen boetes of naheffingen opleggen als sprake is van kwaadwillendheid. Het uitgangspunt van de Belastingdienst is echter dat alle partijen als goedwillend worden beschouwd. Kwaadwillend is alleen de opdrachtgever of opdrachtnemer die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat hij weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking.

Tip:

De algemene modelovereenkomsten op de website van de Belastingdienst krijgen een bijsluiter om duidelijk te maken in welke gevallen ze kunnen worden toegepast. Past uw situatie niet hierin dan kunt u gebruik maken van een individuele modelovereenkomst van de website of uw eigen overeenkomst voorleggen.